|

Graag willen wij u laten zien hoe een punter gebouwd wordt
en wat eraan vooraf gaat voordat het eikenhout, het belangrijkste
houtsoort dat gebruikt wordt bij de punterbouw, verwerkt
kan worden.
Wij waren in 2000 op vakantie in de Dordogne.
Als houten schepen liefhebber gingen wij op zoek naar een zagerij en naar
eikenhout.
De zagerij was gesloten i.v.m. vakantie, maar het eikenhout lag langs de weg.
Wat dit mooie plaatje op leverde.

Deze stammen hout liggen klaar om op transport te gaan.
Dit eikenhout is het hoofdproduct waar we in ons bedrijf mee werken.
De punters bij ons worden voornamelijk gebouwd van Frans, Deens en Inlands
eiken.
Eiken is een fraaie en
veelgebruikte houtsoort. Het is hard, slijtvast, duurzaam en stabiel.
Met name is het erg geschikt voor vele
toepassingen in de scheepsbouw
Wij doen vooral zaken met een aantal vaste
houthandelaren. Dit is al een jarenlange vaste relatie, wat voor ons een stukje
kwaliteitsborging is.
Een daarvan is Zagerij -houthandel J Hokse en zn.uit
Staphorst (waar we onderstaande foto's hebben gemaakt)
Wij laten u hieronder zien hoe de planken een
voor een van de stam gezaagd worden.
De planken hieronder worden gezaagd in een duim
dikte. De mooiste planken zonder scheuren en slechte plekken worden gebruikt
voor de zijden
van de punter, omdat deze uit een hele plank
gemaakt moeten worden.
Het overige hout wordt gebruikt voor de vlonders, kisten
en dekjes e.d. Deze worden gemaakt uit kleinere stukken hout, daardoor kunnen de
slechte
stukken eraf gezaagd worden.











Nadat het hout gezaagd is gaat het op transport naar de werf.
Hieronder kunt u zien hoe het hout gebracht wordt en op verschillende
plaatsen wordt weggezet.
Loonbedrijf en houthandel Winkels uit Staphorst verzorgd voor ons het
transport uit Staphorst.



Het gebundelde pakket hout nemen wij er tegenwoordig ook bij. Dit is het
afval wat overblijft bij het zagen.
Ons bedrijf heeft met de nieuwbouw vloerverwarming gekregen. Deze
vloerverwarming is aangesloten op een houtgestookte cv installatie.
Vloerverwarming in combinatie met een houtgestookte CV installatie is de
ideale manier om ons bedrijf warm te houden doordat hier weinig
luchtcirculatie bij vrijkomt en het gelijk een milieuvriendelijke manier is
om van ons afvalhout af te komen.


De stammen van 5cm dikke planken worden rondom het huis gezet, deze planken
worden gebruikt voor de korven.
De duimdikke planken worden in een hiervoor speciale droogloods opgelat.
Dit houdt in dat er ongeveer om de 80 cm dunne vuren latjes tussen de planken
worden gelegd om te zorgen dat de planken op een natuurlijke manier
door de wind kunnen drogen.
De droogloods heeft ook naden tussen de planken zodat de wind er door heen
kan blazen.
Het hout wordt al ruim van te voren ingekocht omdat het droogproces enkele
jaren in beslag neemt.

Op een rolletje worden de planken op de plaats gerold en de latjes eronder
geschoven.
Hieronder kunt u de bouw van een Kamper punter volgen.

Het vlak van de punter wordt bij ons vervaardigd uit Iroko.
(Iroko is een
lichtbruine houtsoort uit West-Afrika. Versgeschaafd is het mildste Irokohout
soms zelfs goudgeel, door zonlicht (UV) wordt al het
Iroko na verloop
van jaren
chocoladebruin.)
Normaal gesproken wordt het vlak uit drie delen
gemaakt. De planken voor aan de zijkanten worden al ruim van te voren in
het water gelegd.
Vlak voordat er een nieuwe punter op stapel
wordt gelegd, worden deze planken uit het water gehaald.
Het middelste smalle plankje wordt uit droog
hout gezaagd. Dit is het zogenoemde "droge middentien".
Als de punter te water gaat, zet het hout uit en trekt het vlak dicht.
(Nu hebben wij op de foto een uitzondering op deze normale
gang van zaken. Dit vlak is gemaakt uit vier delen, soms is dit een oplossing
als er een plank eens wat breder of smaller uitvalt)
Tussen de balken wordt een reep karton gespijkerd, vroeger werd hier veenmos
voor gebruikt.
Dit karton zet ook uit in het water.

De vlakdelen worden bij elkaar gehouden met behulp van serre joints.
(Een serre Joint is de klem, die met gaatjes verstelbaar is om op
verschillende breedtes ingesteld te kunnen worden)
Dan worden op op het vlak de dwarsklampen aangebracht.

De planken voor de zijden worden buiten in de "branderij" gehangen.

Het krombanden van de zijden is het echte oog- en vakwerk. Dit gebeurd veelal
boven een vuurtje van houtsnippers en houtafval, zodat er
een constante warmte wordt verkregen. Dit is het echte vakmanschap waar je de
punter de juiste kromming mee kan geven.
Op het hart van de plank worden natte plankjes gespijkerd om het scheuren van
het hout tegen te gaan.
Tegenwoordig wordt het branden van de zijden ook met een gasbrander
uitgevoerd, wat het voordeel heeft dat je niet steeds in de rook hoeft te
staan.
De klampen worden vastgeschroefd met zelfborende RVS schroeven of worden naar
wens met grenen pennen vernageld.

De punterbouwer houdt de branderij goed in de gaten en koelt af en toe het
hout af met een scheut water, zodat het hout niet door de hitte
gaat krimpen en scheuren. Al met al een werkje van een aantal uren per kant,
dit is ook afhankelijk van de wind, bij veel wind gaat ook veel warmte verloren.
De stevenbalken komen dan op de punter. Deze worden van te voren op maat
gemaakt en voorzien van een sponning waar
de zijden dan later strak inpassen. Om het geheel goed op zijn plaats te
houden worden de stevenbalken vastgespijkerd aan
een paar dikke balken die aan de zolder zijn bevestigd. Dit noemt men
schoren.

Nadat de zijkanten geschaafd zijn, worden met behulp van een domme krachten
de zijden tegen het vlak gebracht.
Met behulp van een mal word bepaald hoe de zijde moet vallen, eenmaal op de
juiste plaats moet er gestokeld worden.
Dit houdt in dat er met handzaag de kimnaad beter sluitend wordt gezaagd. Even een zwaar
en arbeidsintensief klusje.
Vervolgens worden de zijden aan de stevenbalken bevestigd.


De juiste hoogte van de zijden wordt gemeten en met een speciale mal
afgetekend om de mooie belijning te behouden.
Veelal wordt er nog steeds gewerkt met de oude mallen die ook al door vader,
grootvader en zelfs overgrootvader werden gebruikt.

Het bijzondere van deze manier van scheepsbouw is dat de punter "in de
zak"gebouwd wordt, d.w.z. dat er pas korven (spanten) worden
aangebracht nadat de stevens en scheepswand zijn aangebracht. Deze korven
worden stuk voor stuk op maat in de punter gemaakt.
Hieruit blijkt ook alweer dat de punterbouw een en al handwerk is. Geen
punter is gelijk.
De voor en achterplechten worden in de punter geschroefd en afgewerkt met een
twee componenten lijm.

De plaats voor de mastbank wordt bepaald.

De delen voor het voordek worden aan elkaar gelijmd en met grote lijmklemmen
op de plaats gehouden tot de lijm goed
uitgehard is.
De mastbank is klaar om in de punter geplaatst te worden, ondertussen zijn de
korven ook op maat.

De masten worden ook hier op de werf gemaakt.

De mastbank en de schotten waar het voordek op gaat rusten zijn geplaatst.

Een spant wordt op maat gezaagd.


De vlonderdelen (vloer) worden in de punter op maat gemaakt. Deze
kunnen naar wens in mahonie, vuren- of eikenhout gemaakt worden.

De mastkoker en het mastspoor (een gat in een blok op de klamp, boven het
vlak van de punter, waar de mast in komt te staan) is er ingezet.

De boeiseldelen (boorden) worden met een mal uitgetekend.
De dekdelen worden pas gemaakt.

De boeisels worden met de gasbrander in de juiste kromming gebrand.
De vlonders zijn klaar en de schroefgaten worden netjes afgedopt met houten
propjes en opgevuld met lijm om het inwateren te voorkomen.

Om geen water in de kisten te krijgen worden er gootjes onder de deksels
gemaakt.
De boeisels zijn geplaatst.


Alle kitranden worden bijgesneden en de potdeksels (afdeklat op het boeisel)
komen op de punter.
Alle schroefgaten in de punter worden opgevuld met een propje eikenhout en
lijm. Net als bij de vlonders om het inwateren
tegen te gaan.

De punter wordt gedraaid en de geerstukken (de open driehoeken) worden op
maat gebrand en in de punter geschroefd.


Het hele vlak wordt rondom met een breeuwijzer gebreeuwd met hennep.

De naden tussen de vlakdelen worden opgefreesd en gekit.

De punter wordt weer omgedraaid en verder afgewerkt, de berghouten
(stootlijsten) worden op de punter geschroefd en
de hele punter wordt grondig geschuurd. U ziet achter in de punter dat er aan
de onderkant van het stuurhout (waar het helmhout in ruststand op ligt)
een ornament uitgezaagd is. Iedere werf heeft zo van oorsprong zijn eigen
handtekening.

De kitrand van het berghout wordt weggesneden.

Het roer en de zwaarden worden gemaakt. Tegenwoordig wordt het beslag uit RVS
vervaardigd. Rondom de zwaarden komt messing halfrond.
Nog iets waar u aan kunt herkennen of het om een Wildeboer (vh Vos) punter
gaat, kunt u zien aan het roer.
Van oudsher heeft het roer een typische krullenkop. Iedere werf had vroeger
zo zijn eigen roerkop.

Dan gaat de punter naar de lakruimte. Hier wordt de punter van zes lagen lak
voorzien.


De punter komt na het lakken terug in de werkplaats waar de onderkant onder
het boeisel wordt geteerd.
Voordat hier teer opkomt, wordt de punter eerst een paar keer
behandeld met epoxy.
Dan komt er op de punter een spriettuig en worden de zwaarden en het roer
geplaatst.
Het tuig op deze punter is gemaakt bij zeilmakerij Boer uit Giethoorn.

De zeilmaker verzorgt ook voor ons de dekkleden op de punters.

Hier kunt u het logo zien waaraan u het zeil van Zeilmakerij Boer kan
herkennen.
En wat willen we als de punter klaar is, maar een ding.........

zeilen maar..........
|